Slagen in topsport én onderwijs

12 april 2016
Terug

Maatwerk voor topsporters binnen LVO Weert

Dafne Schippers, Epke Zonderland, Sven Kramer, Max Verstappen. Stuk voor stuk topsporters die Nederland internationaal op de sportkaart zetten. Wat zij ook gemeenschappelijk hebben is dat zij het voortgezet onderwijs volgden op één van de Topsport Talentscholen, verenigd in de Stichting LOOT. Ook de scholen van LVO-Weert vormen samen een LOOT-scholencluster waar topsporters intensief worden begeleid. De scholen zijn bovendien druk doende om met de sportbonden meer maatwerkonderwijs voor topsporters te realiseren.


LOOT 25 jaar

Dit jaar bestaat LOOT 25 jaar, een mijlpaal die donderdag 14 april gevierd wordt met een jubileumconferentie in Hilversum. Sport-, onderwijs- en overheidsvertegenwoordigers spreken met elkaar over de veranderingen in de topsportondersteuning. In deze ondersteuning is het ontwikkelen van een duale carrière van Nederlands sporttalent centraal komen te staan. Ten opzichte van een kwart eeuw geleden hebben zich in de combinatie voortgezet onderwijs en topsport grote veranderingen voorgedaan. Stichting LOOT is uitgegroeid tot een professionele organisatie die de persoonlijke begeleiding van sporttalenten steeds intensiever oppakt. LOOT stuurt, in nauwe samenwerking met NOC*NSF, steeds nadrukkelijker op de duale carrière van de topsporters. Hetgeen inhoudt dat de weg naar een internationale topsportcarrière ook ruimte biedt om via het onderwijs de basis te leggen voor een carrière na de topsport.


LVO Weert

De dertig Topsport Talentscholen die bij de Stichting LOOT zijn aangesloten, waaronder het scholencluster LVO Weert, slagen daar uitstekend in. De slagingspercentages van jonge topsporters overstijgen bij de eindexamens veelal de landelijke gemiddelden. Bovendien slagen de Topsport Talentscholen erin om deze leerlingen minimaal aan een diploma te helpen op het onderwijsniveau, dat bij de instroom in de brugklas was geïndiceerd.''


Ondersteuning

Begin jaren ’90 werden met het Ministerie van Onderwijs de eerste afspraken gemaakt over een regeling om aanstaande topsporters te ondersteunen in de combinatie onderwijs–topsport. Deze afspraken beperkten zich tot het legaliseren van de mogelijkheid om deze sporttalenten lesvrij te geven op momenten dat dat nodig was. Bovendien kregen de betreffende Topsport Talentscholen de mogelijkheid om flexibel om te gaan met het lesaanbod. Om de kans te vergroten om de Top 10-ambitie van sportbonden, NOC*NSF en het Ministerie van VWS te realiseren, zijn in de afgelopen jaren steeds scherpere keuzes gemaakt die consequenties hebben voor het onderwijs. Frequente en soms langdurige afwezigheid van sporttalenten maakt dat de onderwijsprogramma’s steeds vaker op maat worden gemaakt en plaats- en tijdonafhankelijk zijn.


Toekomst

Voor het optimaliseren van de opleidingsprogramma’s van talentvolle sporters is NOC*NSF, samen met inhoudelijke experts, op een aantal sportoverkoepelende thema’s leerlijnen aan het opstellen. Hiermee krijgt de ‘opleiding tot het beroep van topsporter’ steeds serieuzer vorm. Onderwerpen als voeding, dopingvrije sport, gezond presteren, strength & conditioning en prestatiegedrag zijn inmiddels voor een deel ontwikkeld. Na omvorming van deze leerlijnen in een leerplan is het de bedoeling dat de Topsport Talentscholen en dus LVO Weert deze leerlijnen, in samenwerking met sportbonden en NOC*NSF, integreren in het onderwijscurriculum voor de sporttalenten.